Mountain Farm Lodge

Josiane Droeghag koppelde haar reislust aan vrijwilligerswerk en trok in 2006 naar Zuid-Afrika. Haar ervaring als marketing specialiste bij de Fair Trade organisatie Max havelaar gebruikte ze om een handje toe te steken in diverse projecten rond toerisme, duurzame ontwikkeling en eerlijke handel.

In de Limpopo provincie ging ze aan de slag in de Madi a Thavha mountain farm lodge. Vanuit Johannesburg nam ik de bus naar de Limpopo provincie aan de grens met Zimbabwe en Mozambique. Na een busrit van zeven uur en 440 km arriveerde ik uiteindelijk in Makhado (het vroegere Louis Trichardt) een stad van circa 100.000 inwoners op een honderdtal km van de grens met Zimbabwe en het Kruger Nationaal Park.

Ik werd er opgewacht door Marcelle, de eigenares van de ‘mountainfarm lodge Madi a Thavha’. Enkele jaren geleden had zij samen met haar man Aart Nederland vaarwel gezegd en een boerderij gekocht in de buurt van Makhado. Het doel: landbouw en toerisme combineren op een dusdanige manier dat ook de lokale bevolking er beter van wordt. De locatie van de ‘mountain farm’ maakte alvast indruk.

Middenin een natuurgebied aan de voet van de Soutspanberg, in een streek die bewoond wordt door de Venda, een van de Zuid-Afrikaanse volkeren. Toen Marcelle en Aart hier enkele jaren geleden arriveerden was Madhi a Thavha een boerderij waar enkel aan landbouw gedaan werd. Vandaag worden enkel nog komkommers geteeld voor de verkoop op de lokale markten. Wel zijn er plannen om te starten met een trainingsprogramma rond tuinbouw. Voorlopig ligt de klemtoon nog op de uitbouw van een toeristisch aanbod gebaseerd op de principes van ‘fair trade’ of eerlijke handel.

Momenteel is er een vakantiewoning klaar en wordt de laatste hand gelegd aan een kleine camping. In de paar jaar dat Marcelle en Aart er wonen is er al een lange weg afgelegd. Bij hun aankomst troffen ze een verwaarloosde boerderij aan. Liever dan meteen ‘lodges’ te beginnen optrekken, besloten Marcelle en Aart eerst de huisvesting van hun werknemers aan te pakken. De vroegere eigenaar, zo liet ik me vertellen, was een brulboei die zijn personeel afjakkerde en uitschold wanneer het werk niet snel genoeg ging.

De werknemers woonden bijna allemaal in krotwoningen met golfplaten daken, in elkaar geknutseld met allerlei afval. Marcelle en Aart hebben nu 10 mensen in dienst waarvan er enkele nog op de boerderij wonen. De krotwoningen waar ze in leefden werden afgebroken en in de plaats kwamen echte huisjes. Het eerste huis ging naar Alfred, de farm manager. Hij heeft er een ganse tuin rond aangelegd met groenten en mooie bloemen uit de bush. Thomas, die ook een huis heeft op de farm verkoopt inmiddels zelfgeteelde spinazie en wortelen aan zijn collega’s.

Een andere maatregel was het optrekken van de salarissen naar het legale minimumloon. Meer zit er op dit moment niet in. De inkomsten van de farm zijn nog te gering en er moet nog veel geïnvesteerd worden. Toch is ook dit al een stap vooruit want vroeger werd er volop misbruik gemaakt van illegale werkkrachten die uit het verpauperde Zimbabwe naar de Limpopo provincie afzakten. Even belangrijk is de omgang met het personeel. Wanneer je mensen met respect behandelt krijg je meer van hen gedaan, vindt Marcelle. Het is ook de bedoeling om de werknemers te trainen en opleidingen aan te bieden.

Naast landbouw en toerisme is artisanaat een ander werkterrein. Ongeveer een jaar geleden werd een trainingscentrum voor snit- en naadtechnieken opgestart. Vrouwen uit de omliggende dorpen krijgen er een opleiding in het maken van binnenhuisdecoratie zoals tafelkleden, kussens en tafellinnen. Daarvoor wordt aangeknoopt bij de patronen en technieken die gebruikt worden in de traditionele Venda-cultuur. Om dat alles te realiseren wordt ondermeer beroep gedaan op vrijwilligerswerk. ‘Er is allerlei werk te doen,’ aldus Marcelle, ‘en we kunnen mensen gebruiken met uiteenlopende vaardigheden zoals bouw- en verbouwtechnieken, lesgeven, naaien, computerkennis of marketing.’ In die laatste categorie kon ik alvast een bijdrage leveren.

Mijn werk bestond er in te analyseren op welke manier de drie activiteiten van Madi a Thavha – landbouw, toerisme en artisanaat - op elkaar afgestemd kunnen worden en het terrein te effenen voor het verkrijgen van een ‘Fair Trade’-label, zowel in het toerisme als in het produceren van artisanaat. Verder werkte ik nog aan een analyse van de toeristische markt zodat het project een commerciële strategie kan uitwerken.

Zelf draaide ik maar enkele weken mee op de boerderij maar mijn opvolgster, Tamar zal anderhalf jaar op de boerderij blijven en ondermeer opleidingen Engels en computer geven. Al bij al kijk ik met veel plezier terug op die weken op de Madi a Thavha Mountain Farm. De boerderij is schitterend gelegen in een subliem decor en wat een rust!

Tussen het werk door kreeg ik gelukkig wel de kans om de omgeving te verkennen en kennis te maken met de cultuur van de Venda. Ik raakte onder de indruk van de traditionele levenswijze, de rijke ambachtelijke tradities, de bijzondere architectuur van de Venda dorpen met hun ronde hutten en puntige strodaken, de fraaie natuur…Toch moet bij dit alles vermeld worden dat de mooie, vooralsnog weinig bezochte Limpopo provincie ook een van de armste streken van Zuid-Afrika is. Er zal meer nodig zijn dan toerisme om daar verandering in te brengen maar dat neemt niet weg dat initiatieven zoals Madi a Thavha een positieve bijdrage leveren.

http://josianed.skynetblogs.be

BijlageGrootte
LIMPOPO.pdf132.86 KB
Trefwoorden voor dit artikel: