Door Pablo Eppelin
Na vier dagen San Cristobal de las Casas stappen we in het busje dat ons naar Quetzaltenango, beter bekend als Xela (de naam die de stad had voor de Spaanse overheersing) zal brengen om zo onze eindbestemming San Marcos te bereiken. Eigenlijk is het een privé-shuttlebus vol toeristen die direct op hun eindbestemming afgezet worden.
Het zal ons naar de grens met Guatemala in Comatapa brengen en van daaruit vervolgen we in de Guatemalteekse shuttleversie onze reis naar Xela. We verlaten Mexico met op de eerste pagina van de krant LA Jornada het bericht dat in dat land de armoede het meest gestegen is van heel Latijns-Amerika, 3.1% in 2006 en 2008, dat zijn 15 miljoen straatarme mensen, volgens een studie van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Caraïben (CEPAL). In onze moderne bus merk je daar niets van; hier zijn Europeanen, Amerikaanse backpackers en een Mexicaan die continue het hoogste woord voert en vertelt over mystieke ervaringen, joints, drugs (steeds verwijzend naar Amsterdam) en de vele reizen die hij heeft gemaakt. Zodra we Guatemala binnenrijden begint hij ons te waarschuwen voor het gevaar van een gewapende overval onderweg. Toevallig was dezelfde Mexicaan, met dezelfde chauffeur, in dezelfde bus op diezelfde reis overvallen door een bende gewapende bandieten die hen opwachtten met een wegversperring. De uitdrukking op de gezichten van de toeristen op zoek naar Maya-spiritualiteit verandert. Ze zijn bang. Ik vraag aan de chauffeur, die met een stiekem lachje in de achteruitkijkspiegel kijkt naar de Mexicaan, hoe vaak hij al is overvallen en hij antwoordt: een keer in zes jaar. Zo ontstaan de spookverhalen. Maar dat wil niet zeggen dat het ons niet kan overkomen, dit is Guatemala.
Eenmaal over de grens zie ik het verschil; de meeste mensen die ik zie lopen zijn indigenas, het landschap is prachtig, maar de berm ligt vol plastic zakken, de illegale stortplaatsen zijn overal. De chauffeur probeert dronken mannen te ontwijken die op de weg lopen. Het is de armoede en ellende, voegt hij toe. Tot Xela delen wij de vriendschap, avonturen en een jointje of twee met de rest van ons reisgezelschap. Een Duits stelletje bestudeert de hele reis de bijbel van elke reiziger: de Lonely Planet, voortdurend de volgende stop in het oog houdend, terwijl ze waarschijnlijk het prachtige landschap missen. Of misschien besparen ze zichzelf de realiteit.
Ik ben blij dat we San Cristobal achter ons hebben gelaten. Het is een mooie stad en goed onderhouden. Een plek waar je meer toeristen dan Mexicanen tegenkomt. Groepjes autonome activisten bevolken de stad, ze doen vrijwilligerswerk in een van de gemeenschappen, wonen cursussen bij, maken theaterstukken over de onderdrukten of bezoeken alternatieve cafés, dansen ska en praten over de opstand van de Zapatisten alsof het gisteren gebeurd is. Waarschijnlijk is San Cristobal de hoofdstad van de dreadlocks, op Livingstone na. Het fenomeen heeft een naam: Zapaturismo. Op elke straathoek vind je de Spanjaarden, Duitsers, Italianen, en Fransen die het Zapatismo omarmen. Maar waar zijn de Zapatistas? In ieder geval niet in San Cristobal. De Zapatoeristen staan in schril contrast met de bewoners van San Cris die vooral traditioneel en conservatief lijken. Desalniettemin zijn alle toeristen, zowel de Zapatoeristen als de spirituele toeristen van harte welkom, want ze vormen een bron van inkomsten.
Even buiten het centrum is de markt van San Cristobal waar de indigenas en de boeren hun producten komen verkopen. Je voelt er de verscheidenheid van het platteland van Chiapas, maar ook de armoede.
Na een bezoek aan het centrum voor mensenrechten Jorge Armando Gomez van de mensenrechtenorganisatie Fray Bartolome de las Casas, begrijp ik hoe ver de sociale strijd van San Cristobal verwijderd is. Het leger en groepen paramilitairen voeren een constante terreur in de autonome gemeenschappen. De paramilitaire groepen van het Ejercito de Dios en de Organisatie voor de Rechten van Inheemse Volkeren (OPDIC) bedreigen de leiders van de autonome gemeenschappen Miziton, Jotola en San Sebastian Bachajon met de dood, zaaien angst en ontnemen de boeren hun grond. In Miziton geeft het Ejercito de Dios zijn steun voor de aanleg van de nieuwe snelweg San Cristobal-Palenque. Die snelweg moet door het gebied van de gemeenschap en tast 40 hectare bosgrond aan, 10 hectare bouwgrond, en 2 waterputten die van levensbelang zijn voor de inwoners. Deze weg wordt aangelegd in dienst van toeristische megaprojecten en exploitatie van natuurlijke bronnen in Chiapas. Het zijn projecten die inbreuk doen op de integriteit van de inheemse bevolking en hun grond. Het paramilitaire Ejercito de Dios doet het vuile werk door de leiders van de gemeenschappen, die meestal tegen de projecten zijn, te vermoorden en te terroriseren. Dit soort conflicten is aan de orde van de dag in Chiapas. Bij Frayba vertellen ze ons dat er volgens gepubliceerde officiële rapporten van de Mexicaanse veiligheidsdienst grote repressieacties gepland zijn voor 2010, omdat de regering ervan overtuigd is dat verschillende organisaties een opstand aan het voorbereiden zijn. Met die veronderstelling heeft men de druk op de gemeenschappen en mensenrechtenorganisaties opgevoerd. 2010 zal het jaar zijn van de repressie en criminalisering van het protest. Bij Frayba is men bezorgd, de mensen op het platteland en in de gemeenschappen nog meer.
Al 27 dagen protesteren de boeren van de Organisatie van Boeren Emiliano Zapata (OCEZ) voor de kerk van San Cristobal, uit protest tegen de moord op twee van hun leden en de gevangenhouding van twee anderen waar ze nu vrijlating voor eisen. De regering geeft geen gehoor aan hun protest, maar onderdrukt slechts hun gemeenschappen. De eis van de demonstranten is simpel: recht op grond en het stopzetten van de inname van hun land voor megaprojecten. Het conflict in Chiapas is ernstig, maar vindt op het platteland plaats, ver weg van het “ revolutionaire leven” van San Cristobal.
Onze shuttle komt aan in Xela; genoeg toerisme en Zapatoerisme. We stappen in een gerecyclede schoolbus uit de VS, die ons de berg op zal rijden naar San Marcos, op de hoogvlakte van Guatemala. Onze eerste lokale bus in Guatemala. De rugzakken liggen op het dak, onze benen liggen dubbelgevouwen onder de krappe banken. Naast mij zit Rolando met vrouw en zoon. Rolando vertelt dat hij er voor 20 Quetzal ( 2 euro) een urenlange reis met gerecycleerde bussen op heeft zitten. Die zijn goedkoper dan de directe bus, dat scheelt weer een paar tortilla’s. Rolando verhuisde naar de hoofdstad op zoek naar werk. Iedere ochtend wat anders, wat er maar is. Als hij er maar de vier vierkante meter aan de rand van de stad mee kan betalen waar ze met zijn drieën wonen voor 600 Quetzal per maand (60 euro), bijna het hele bedrag dat hij per maand verdient. Rolando hoopt de school van zijn zoon en zijn dochter, die in San Lorenzo bij haar grootouders woont, te kunnen betalen. Hij is zelf drie jaar naar school geweest, daarna moest hij op het land werken.
Vandaag gaat hij naar zijn familie om twee weken op de milpa (maïsplantage) te werken, want daar leven ze de rest van het jaar van. Dit jaar is de oogst schraal. Volgens Rolando is dat te wijten aan het veranderende weer. Dit betekent dat ze alleen maar zullen oogsten om zelf te eten, en er niets overblijft voor de verkoop in San Marcos. Rolando spreekt met moeite Spaans, het weinige heeft hij in die drie jaar op school geleerd. Hij spreekt Mam, en dat belemmert hem in het verkrijgen van werk in Guatemala Stad. Rolando begrijpt niet dat de grond in San Marcos zo rijk is en het volk zo arm. Hij droomt ervan een bus te bezitten, maar hij vraagt zich af waar het metaal voor die bus vandaan komt. ‘Uit de grond onder het maïsveld?’, vraagt hij mij . Ik vind het moeilijk daarop te antwoorden. Zo had ik het nooit gezien. Eenmaal aangekomen in San Marcos stelt hij voor te ruilen; hij gaat naar Nederland, en ik blijf in zijn dorp. Ik zeg oké, en lachend nemen we afscheid.
In San Marcos is het koud. We logeren in het huis van Sam en zijn huisgenoot Laura. Sam werkt voor de Belgische organisatie Catapa, hij werkt bij de Pastorale Commissie voor Vrede en Ecologie (COPAE) in de pastorie van San Marcos. We drinken een paar chelas (biertjes) en hij legt ons zijn plannen voor de volgende dag uit. We gaan San Miguel bezoeken, de mijn filmen, en enkele leiders van de aangetaste gemeenschappen interviewen. Dit is het land van Rolando. Het land met goud en zilver onder de maïsvelden.



Recente reacties
5 weken 1 dag geleden
5 weken 4 dagen geleden
7 weken 1 dag geleden
7 weken 1 dag geleden
11 weken 2 dagen geleden
11 weken 2 dagen geleden
21 weken 6 dagen geleden
23 weken 1 dag geleden
27 weken 2 dagen geleden
28 weken 2 dagen geleden